Twee weken lang reisden Zas en ik door Noord-India, en ik kan je nu al vertellen dat het een van de meest intense reizen was die ik heb gedaan. We deden de Golden Triangle (Delhi, Jaipur en Agra), pakten Jodhpur mee en eindigden in Varanasi aan de Ganges. Het was druk, snikheet en chaotisch, maar we hebben in zo’n korte tijd absurd veel gave dingen gezien. Dit is mijn eerlijke verhaal, met de mooie kanten en het gezeik erbij.
Waarom India zo bijzonder is
Vanaf de eerste taxirit in Delhi keken we onze ogen uit. Het verkeer is hier van een ander niveau dan we gewend zijn, en de chaos, de hitte en de drukte zorgden meteen voor een flinke cultuurshock. Overweldigend is het juiste woord. Maar precies dat maakt het ook zo bijzonder: nergens anders voelde ik me zo ver van huis.
Wat me het meest is bijgebleven, zijn de mensen. De Indiërs waren overal ontzettend behulpzaam en vriendelijk, en wilden aan de lopende band met ons op de foto. Als enige westerlingen werden we soms wel twintig keer op een dag gevraagd om te poseren. Even wennen, maar de meesten waren zo schattig dat we het niet erg vonden.
En dan de bouwwerken. Elke stad heeft wel een enorm fort of paleis, en dan is er nog de Taj Mahal, een van de zeven wereldwonderen. We hebben zoveel prachtige poorten, muren en tempels gezien dat we op het laatst zelfs een beetje fort-moe waren. Dat zegt genoeg over hoeveel er te zien is.
De mooiste plekken in India
Wij bleven in het noorden, in Rajasthan en Uttar Pradesh. Dit zijn de plekken die ik je echt zou aanraden.
Jaipur, de Pink City
De roze stad van Rajasthan, met het enorme City Palace, het Amber Fort in de heuvels en de iconische Hawa Mahal. Een mooie stad waar we bovendien onze eerste flinke moessonbui meemaakten.
Jodhpur, de Blue City
Onze verrassing van de reis. De hele oude stad is blauw geschilderd en ligt aan de voet van het gigantische Mehrangarh Fort. Heerlijk rustig in het laagseizoen, met de mooiste blauwe steegjes om doorheen te dwalen.
Agra en de Taj Mahal
Voor eigenlijk maar één ding kwamen we naar Agra: de Taj Mahal. En die stelde niet teleur. Door die poort lopen en dat witte mausoleum zien opdoemen is gewoon een en al gaaf.
Varanasi aan de Ganges
De heftigste en meest bijzondere plek van de reis. Aan de heilige Ganges komen hindoes om te sterven en gecremeerd te worden. Intens, soms confronterend, maar iets wat je nergens anders zo ziet.
Praktisch: reizen door India
Reizen tussen de steden doe je met de trein, de taxi of af en toe een binnenlandse vlucht. De treinen zijn goedkoop maar zitten vaak vol, dus boek op tijd. Voor korte afstanden pak je een tuktuk, en dat is een belevenis op zich: onze chauffeurs scheurden soms als gekken door de steegjes. Blijft een cultuurshock.
Eten doe je goedkoop en heel lekker. Een thali, een grote plaat met van alles wat, kostte bijna niks en was bijna altijd top. We hebben echt gegeten wat we konden. Betaal veel contant met roepies en houd er rekening mee dat je als buitenlander lang niet alles online kunt boeken.
Wanneer ga je het beste naar India
Voor het noorden is oktober tot maart de beste tijd: droog en aangenaam. April tot juni is bloedheet, met temperaturen richting de 40 graden. Van juni tot september valt de moesson. Wij reisden in juli, midden in het regenseizoen, en hebben daardoor een paar keer keiharde buien meegemaakt. Het nadeel is de regen en de vochtigheid, het voordeel is dat het lekker groen was en dat het overal rustig was qua toeristen.
Mijn eerlijke oordeel over India
India is niet het makkelijkste land om te reizen. Het is druk, heet, soms gore steden en veel herrie, en aan het einde keken we ook uit naar wat meer rust en natuur. Maar we moeten echt zeggen dat we zoveel gave dingen hebben gezien en gedaan in zo’n korte tijd dat India een absolute aanrader is. Ook als je nu denkt: leuk, maar daar ga ik toch niet heen. Je mist echt wat. Wij willen zeker nog een keer terug, want er is nog genoeg te ontdekken. Hieronder deel ik mijn verhalen per plek.