India was voor ons echt een van die reizen waar je van tevoren niet goed weet wat je te wachten staat. Overweldigend, heet, druk, en tegelijk absurd gaaf. In deze rondreis door India neem ik je mee langs onze route: van Delhi via Jodhpur en Jaipur naar de Taj Mahal in Agra en tot slot het heilige Varanasi aan de Ganges. Ik vertel eerlijk wat top was, wat tegenviel en wat het allemaal kostte, zodat je weet waar je aan begint. Want laat ik het maar meteen zeggen: wij vonden het echt een aanrader, ook als je nu denkt “leuk, maar daar ga ik toch niet heen”. Je mist dan echt wat.
Delhi: meteen in het diepe
We kwamen aan in Delhi en alles ging bizar snel. We hadden gedacht dat het gedoe zou worden, maar we konden overal meteen doorheen, de tassen waren er en de pick-up naar het hotel stond klaar. In de taxi keken we onze ogen uit, want het verkeer is hier natuurlijk totaal anders dan we gewend zijn. Eenmaal de stad in werd het pas echt leip. De chaos en de hitte zorgden voor een stillere Zas en Bas, die na een nacht zonder slaap niet meer wisten wat er om ons heen gebeurde. Interessant, maar ook echt overweldigend zo druk en heet.
Voor Delhi hadden we eigenlijk maar één dag, dus er moesten harde keuzes gemaakt worden. We gingen eerst naar het Rode Fort, dat enorm is en waar zeker die rode stenen het bijzonder maken. Daarna liepen we een stukje door het oude Delhi naar de Vrijdagmoskee, wat al helemaal idioot druk was. Als een van de weinige witte mensen in de stad werden we de hele tijd aangekeken en moesten we in korte tijd wel twintig keer poseren voor Indiërs die met ons op de foto wilden. Dat was prima, de meesten waren wel schattig, maar het bleef ons verbazen. Een pittige eerste dag, maar wel meteen het echte India.
Jodhpur: de Blue City van Rajasthan
Vanuit Delhi vlogen we door naar Jodhpur. We hadden bewust voor een vlucht gekozen in plaats van een treinrit van twaalf uur, om niet meteen op dag twee in de vertragingen te schieten. Wat ons verbaasde was hoe modern en snel het op de vliegvelden ging. Wel moest in het vliegtuig iedereen de raampjes dichtdoen, want bijna alle vliegvelden in India zijn militair. Droog, maar duidelijk.
Jodhpur werd meteen een van onze favorieten. We zaten in een fantastisch hotel met uitzicht op het grote fort boven de stad, en de eigenaar hielp ons zelfs met het boeken van onze treinen voor later. Boven de stad staat het Mehrangarh Fort, sinds de bouw in 1459 nooit ingenomen, met speciale muren tegen aanstormende olifanten. Het fort was misschien wel het mooiste dat we in India zagen. We deden ook een Blue City tour, waar we door de blauwe steegjes met muurschilderingen liepen, samosa’s aten die we voor onze neus gemaakt zagen worden en over de kruidenmarkt struinden. Vanuit Jodhpur maakten we nog een uitstapje de woestijn in, bij het dorpje Osian. Door de moesson was die woestijn verrassend groen. De “safari” met een jeep en een stukje op een kameel was vooral heel droog en grappig. Spijt hebben we niet, maar aanraden doe ik het ook niet echt.
Jaipur: de Pink City
Van Jodhpur naar Jaipur zaten de treinen vol, dus namen we een taxi van hotel tot hotel, zes uur lang. Onderweg veranderde het droge woestijngebied langzaam in groene bergen. De eerste dag in Jaipur voelde weer als Delhi: moe, heet en overprikkeld, waardoor we er nog niet echt van konden genieten. De dag erna was het gelukkig raak.
Jaipur is de derde stad van de Golden Triangle en heet de Pink City. Echt roze vind ik het overigens niet, meer oranje, maar dat schijnt verkleurd te zijn. Roze werd ooit gekozen omdat het de verwelkomende kleur is, en je ziet hem overal terug op de muren en poorten. We bezochten het enorme City Palace, waar de koninklijke familie nog steeds woont, en klommen daarna een heuvel op naar een tempel met schattige aapjes en uitzicht over de hele stad. De volgende dag namen we een tuktuk naar het Amber Fort, een flink stuk buiten de stad, mooi in de heuvels en enorm groot. Op de terugweg stopten we bij het Jal Mahal, een paleis midden in een meer dat bekend is van de James Bond film Octopussy. Als afsluiter zaten we tegenover de Hawa Mahal, het bekendste plaatje van de stad, om daar wat te drinken en te eten. Zo mooi dat we er niet meer weg wilden.
Agra en de Taj Mahal
Voor Agra stonden we om vier uur op om de trein te pakken. Op het station keken we weer onze ogen uit van de drukte midden in de nacht en hoeveel mensen er lagen te slapen. Sommige wagons zaten overvol, echt verschrikkelijk, maar wij konden ons als verwende Nederlanders permitteren om twaalf euro in plaats van twee te betalen voor de eerste klas: gekoeld, schone bedden en niks te klagen. Een aangename verrassing.
Eerlijk gezegd kwamen we voor maar één ding naar Agra: de Taj Mahal, een van de zeven wereldwonderen. We hadden zelfs onze planning moeten omgooien, want de Taj is uitgerekend op vrijdag dicht. Eerst bezochten we het Rode Fort van Agra, in de stromende regen, met op sommige plekken waanzinnig uitzicht op de rivier en de Taj. Daarna was het dan zover. Als je door die poort loopt en die enorme koepels ziet, is dat echt onwerkelijk. Het is een plaatje dat we allemaal kennen, maar in het echt toch net wat leiper. Binnen mag je geen foto’s maken en is er weinig te zien, alleen twee graven. De sjah liet het bouwen als mausoleum voor zijn overleden vrouw en ligt er nu zelf naast. Wij snappen waarom het een wereldwonder is en zijn blij dat we hem konden afvinken.
Varanasi: heftig maar heel bijzonder
De laatste stop was Varanasi, en dat werd een lange reisdag met de trein via het plaatsje Tundla. Varanasi is een van de oudste steden ter wereld en het heiligste oord voor hindoes aan de Ganges. Door de moesson stond de rivier zo hoog dat tempels half onder water stonden en de Ganges als een tiet stroomde. We liepen langs de ghats, de trappen naar het water, en zagen mensen zich wassen en zelfs uit de rivier drinken, terwijl die vol ligt met vuilnis. Onbegrijpelijk voor ons, maar de toewijding was indrukwekkend.
We bezochten de belangrijke Shri Kashi Vishwanath tempel, waar we door een knap staaltje Indiase bureaucratie moesten en als enige westerlingen de rij mochten skippen, wat best fout voelde. ’s Avonds keken we vanaf een bootje naar de Ganga Aarti, een aanbiddingsceremonie met een uur muziek, dans en vuur. De volgende dag zagen we de Manikarnika Ghat, waar dag en nacht crematies plaatsvinden. Een intense plek waar we niet lang wilden blijven. Op onze laatste ochtend maakten we een boottocht over de rivier langs alle ghats, verrassend gaaf om te doen. Onze conclusie: Varanasi is heftig, maar wel heel bijzonder.
Praktische tips voor je rondreis door India
Wij deden deze route van Delhi tot Varanasi in ongeveer twee weken en dat voelde precies goed. Reizen doe je prima met de trein: de eerste klas is gekoeld, schoon en kost een paar euro, al is het boeken via de sites echt gezeik. Laat je desnoods helpen door je hotel. Zit de trein vol, dan is een vliegtuig of een taxi tussen twee steden heel normaal en betaalbaar.
Qua reistijd: wij zaten in juli, midden in de moesson, wat bloedheet weer met stevige buien betekende. Wel was alles verrassend groen en waren er weinig toeristen. De aangenaamste tijd is de winter, ongeveer oktober tot en met maart. Verder is India spotgoedkoop. Een thali, een grote plaat met van alles wat, kostte geen drol en was bijna altijd lekker. Let op je maag en drink alleen flessenwater. Regel vooraf even je vaccinaties en neem een goede reisapotheek mee, want je wil niet ziek worden onderweg.
Het belangrijkste: de Indiërs waren ontzettend lief en behulpzaam. Ze kijken soms nors, maar geef ze een lachje en je krijgt een grote glimlach terug. India is intens en overweldigend, en na twee weken keken we ook wel uit naar iets minder drukte en herrie. Maar we hebben in zo’n korte tijd zoveel gave dingen gezien dat we zeker nog een keer terug willen. Er is namelijk nog genoeg te ontdekken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel dagen heb je nodig voor een rondreis door India? +
Voor onze route van Delhi, Jodhpur, Jaipur, Agra en Varanasi hadden we ongeveer twee weken. Dat was genoeg om alles in rust te zien, met een dag speling hier en daar voor de lange reisdagen.
Wat is de beste reistijd voor India? +
De winter, ongeveer oktober tot en met maart, is het aangenaamst. Wij zaten in juli, midden in de moesson, en dat betekende bloedheet weer met stevige regenbuien. Wel was alles verrassend groen.
Is reizen met de trein in India te doen? +
Ja, prima. De eerste klas is gekoeld, schoon en heeft echt goede bedden voor een paar euro. Boeken via de sites is wel gedoe, dus laat je desnoods helpen door je hotel.
Is India veilig en makkelijk om te reizen? +
Wij voelden ons nergens onveilig. De Indiërs waren ontzettend behulpzaam en lief. Het is vooral heftig door de drukte, hitte en chaos, dus je moet er wel tegen kunnen dat het overweldigend is.
Welke steden horen bij de Golden Triangle? +
Delhi, Jaipur en Agra vormen samen de Golden Triangle. Wij hebben daar Jodhpur en Varanasi aan vastgeplakt voor wat meer Rajasthan en het heilige Varanasi aan de Ganges.
Lees ook
India · Jaipur
Jaipur: de Pink City van Rajasthan verkennen
Mijn eerlijke gids voor Jaipur: het City Palace, het Amber Fort, de Hawa Mahal en Jal Mahal. Wat je moet zien, wat het kost en tips voor de Pink City.
8 min lezen
India · Jodhpur
Jodhpur: de Blue City van Rajasthan ontdekken
Mijn eerlijke gids voor Jodhpur, de blauwe stad van Rajasthan: de blauwe steegjes, het Mehrangarh Fort, de Mandore Gardens en een woestijnsafari bij Osian.
8 min lezen
India · Agra
Taj Mahal bezoeken in Agra: mijn eerlijke tips
De Taj Mahal bezoeken in Agra: hoe onwerkelijk het in het echt is, waarom vrijdag dicht is, het Rode Fort erbij en wat je moet weten voor je gaat.
6 min lezen