Spanje is een land waar ik telkens weer terugkom. Voor de zon, voor het eten, en voor die steden waar je zomaar een dag kunt verdwalen tussen de pleinen en terrasjes. Ik ben er meerdere keren geweest, van een lads-trip naar Malaga tot stedentrips met Zas naar Valencia, Barcelona en Sevilla. Op deze pagina zet ik gewoon eerlijk op een rij wat ik ervan vond: waar je heen moet, wat je moet eten en wanneer je het beste gaat.
Waarom Spanje zo bijzonder is
Het draait in Spanje om een paar simpele dingen die het gewoon goed voor elkaar heeft: het weer, het eten en de sfeer. Een middag met een kan sangria in de zon op een terras, en ‘s avonds langs de tapasbarretjes hoppen, dat is voor mij de kern van een Spaanse trip. In Sevilla zaten we zelfs in februari nog aan de rivier in de stralende zon, dat zomerse gevoel hadden we echt gemist.
Daarnaast is het land ongelooflijk gevarieerd. Barcelona voelt heel anders dan Sevilla, en Valencia weer anders dan Malaga. Je hebt Moorse paleizen, gotische kathedralen, wilde Gaudí-architectuur, drukke markthallen en gewoon goede stranden, allemaal binnen een paar uur treinen van elkaar.
De mooiste steden van Spanje
Dit zijn de plekken die ik zelf heb gezien en die ik je zonder twijfel zou aanraden.
Sevilla
Wat mij betreft de mooiste stad van het rijtje. De Alcázar is een absolute must, een Moors paleis met tuinen waar je makkelijk de weg kwijtraakt, en het Plaza de España is misschien wel het mooiste plein van Spanje. Kom in het voorjaar als de sinaasappelbomen nog vol hangen.
Barcelona
De stad van Gaudí. De Sagrada Familia is nog steeds niet af maar wel indrukwekkend, en vanaf Park Güell heb je een prachtig uitzicht over de stad. Barcelona is bovendien veel levendiger in de avonden dan de meeste andere Spaanse steden.
Valencia
Een fijne mix van oud en nieuw. De oude binnenstad met de kathedraal en de markthallen, en aan de rand de futuristische Ciutat de les Arts i les Ciències met het grootste aquarium van Europa. En natuurlijk: hier eet je de echte paella.
Malaga
De poort tot de Costa del Sol en een verrassend leuke stad op zich. Loop omhoog naar het Gibralfaro voor het uitzicht over de haven, bezoek het Picasso Museum en strijk daarna neer op het strand. Ook een prima uitvalsbasis voor de rest van Andalusië.
Praktisch: reizen door Spanje
Reizen tussen de steden gaat het makkelijkst met de trein. Het netwerk is goed en de AVE-hogesnelheidstreinen zijn snel en comfortabel. Binnen de steden kom je bijna overal lopend, en anders pak je een metro of een deelfiets.
Eten en drinken is goedkoop, zeker als je het bij tapas en een kan sangria houdt. Reserveren voor de bekende bezienswaardigheden zoals de Alcázar en de Sagrada Familia is wel een aanrader, want die zitten snel vol. Wij konden een keer pas twee dagen later terecht omdat alles al volgeboekt was.
Wanneer ga je het beste naar Spanje
Mei, juni en september zijn de ideale maanden: lekker warm, maar niet die extreme hitte. Juli en augustus kunnen in het binnenland en het zuiden echt bloedheet worden, richting de 40 graden in Sevilla en Cordoba. Voor een stedentrip is het voor- en najaar dan ook fijner, en zelfs in de winter kun je in het zuiden nog prima in de zon zitten.
Mijn eerlijke oordeel over Spanje
Spanje is misschien niet het meest avontuurlijke land om naartoe te gaan, maar het is wel een van de fijnste. Je gaat er heen om te genieten: van het weer, het eten en die relaxte sfeer op de terrasjes. Voor een lang weekend of een korte stedentrip is het wat mij betreft een van de beste keuzes in Europa. Hieronder vind je mijn verhalen per stad.