Het parlementsgebouw van Sarawak met zijn goudkleurige dak aan de rivier in Kuching

MALEISIË

Kuching: de fijnste stad van Borneo

7 min lezen

Kort overzicht

Regio
Sarawak, Borneo
Bijnaam
Cat City (kuching betekent kat)
Aanrader
Semenggoh en Bako als dagtrips
Blijf minimaal
3 dagen

Kuching was de mooiste stad die ik in Maleisië zag. Het is de hoofdstad van Sarawak, aan een brede bruine rivier op Borneo, en het is precies groot genoeg om wat te beleven maar klein genoeg om ontspannen te blijven. De naam betekent kat, dus je komt overal kattenbeeldjes tegen. Maar het echte leuke zit in de mix van culturen, de gezellige boulevard en de natuur die op een steenworp afstand begint.

Slenteren door het centrum

Kuching is een stad om te voet te ontdekken. Langs de rivier loopt een fijne boulevard waar het ‘s avonds gezellig druk wordt, met uitzicht op het opvallende parlementsgebouw en het witte Astana-paleis aan de overkant. Je steekt met een klein bootje over als je wilt.

In het centrum lopen de culturen door elkaar heen. Je hebt de staatsmoskee met haar koepels, een levendige Chinatown vol rode lampionnen en Chinese tempels, en oude koloniale gebouwen zoals de witte Square Tower en de forten uit de tijd van de Brooke-rajah’s. Loop gewoon een tijdje rond, duik een tempel in en strijk daarna neer bij een eettentje. Het eten is trouwens een van de leukste dingen om te doen: ga naar de hawkerstalletjes en marktjes, daar eet je voor weinig het lekkerst.

Orang-oetans bij Semenggoh

De grootste reden om vanuit Kuching op pad te gaan, zijn de orang-oetans. In het Semenggoh Wildlife Centre, een dagtrip buiten de stad, leven halfwilde orang-oetans die daar ooit zijn opgevangen en nu vrij in het bos rondhangen. Tijdens de voedertijden komen ze vaak langs de platforms, en dan zie je ze door de bomen slingeren en aan de lianen hangen.

Het blijft natuur, dus een garantie is er niet: als er in het bos genoeg te eten is, laten ze zich soms niet zien. Wij hadden geluk en zagen er meerdere, van vlakbij zelfs. Zulke dieren in de vrije natuur zien in plaats van in een kooi, dat maakt echt indruk.

Bako National Park

De andere klassieke dagtrip is Bako National Park, het oudste nationale park van Sarawak. Je rijdt naar een dorpje en stapt daar in een bootje dat je over zee naar de ingang brengt, langs steile kliffen en de beroemde losstaande zeerotsen die als pilaren uit het water steken.

In het park loop je over wandelpaden door mangrove en regenwoud, en de kans is groot dat je apen tegenkomt: zilverblad-apen en de bijzondere neusapen met hun grote hangneus. Let op met je eten, want brutale makaken pikken zo je lunch. Neem genoeg water mee, want het is warm en de paden zijn pittiger dan ze lijken.

Praktisch: Kuching

Kuching heeft een eigen vliegveld met goede verbindingen, dus het is een handig begin- of eindpunt van een reis door Sarawak. In de stad kom je lopend rond, voor de dagtrips regel je een taxi, een Grab of een georganiseerde tour. Semenggoh en Bako zijn allebei prima op een halve tot hele dag te doen.

Blijf minstens drie dagen: één dag voor de stad, één voor de orang-oetans en één voor Bako. Wil je verder de natuur in, dan kun je vanuit Kuching ook doorreizen naar Gunung Mulu of langer de binnenlanden in.

Mijn eerlijke oordeel over Kuching

Kuching combineert alles wat ik leuk vind aan Borneo: een ontspannen stad met goed eten en cultuur, en natuur binnen handbereik. De orang-oetans van Semenggoh en de rotsen van Bako maken het compleet. Voor mij is Kuching de fijnste plek om je reis door Sarawak te beginnen of af te sluiten.

Lees ook