Frankrijk is een van die landen waar ik steeds weer terugkom, en telkens is het compleet anders. De ene keer lig ik aan een turquoise strand op Corsica, de andere keer sta ik op ski’s in de Franse Alpen of doe ik gewoon een week lang helemaal niks op het platteland van de Gers. Dat is precies wat het land zo leuk maakt: je kunt er alle kanten mee op. Hieronder deel ik mijn eerlijke verhalen per streek, met wat top was en wat tegenviel.
Waarom Frankrijk zo veelzijdig is
Wat me elke keer weer opvalt, is hoe verschillend de streken zijn. Corsica voelt bijna als een eigen land, met hoge kliffen, rode rotsen en heldere baaien. In de Alpen heb je besneeuwde toppen en gezellige skidorpen, en in het zuidwesten rol je door glooiende heuvels met zonnebloemen, lavendel en slaperige dorpjes waar geen hond loopt. Je hebt er echt voor elk soort vakantie wel een hoek.
En dan is er nog het eten en drinken, wat overal goed zit. Een lang ontbijt met verse croissants, een borrel in de middag, ‘s avonds heerlijk uit eten met een goed glas wijn. De Fransen weten hoe je moet genieten en dat merk je.
De mooiste plekken in Frankrijk
Ik heb lang niet alles gezien, maar dit zijn de streken waar ik zelf ben geweest en die ik je echt zou aanraden.
Corsica
Wat mij betreft het mooiste eiland van de Middellandse Zee. In het zuiden heb je Bonifacio, dat spectaculair op witte kalkkliffen boven een smalle baai ligt, met turquoise stranden zoals Santa Giulia in de buurt. Aan de westkant vind je de rode rotsen van de Calanche de Piana, die bij zonsondergang oplichten alsof ze in brand staan. Een boottochtje daarlangs met een glas wijn was een van de mooiste dingen die ik in Frankrijk heb gedaan.
De Franse Alpen
Voor de wintersport zijn de Franse Alpen top. Ik skiede in Les Arcs, in het gebied Paradiski, met pistes tot boven de 3000 meter en uitzichten op de Mont Blanc. Hoort er ook bij: een middag après-ski bij La Folie Douce en ‘s avonds een kaasfondue. En als het even opklaart na een dag mist en sneeuw, met een ondergaande zon boven de bergen, dan is het echt schitterend.
De Gers en de Pyreneeën
Het zuidwesten van Frankrijk is het rustige, groene platteland waar je heerlijk niks hoeft. In de Gers reed ik van dorpje naar dorpje voor een koffie en een croissant, lag ik aan het zwembad met een boek en aten we ‘s avonds buiten. Vanuit hier maak je ook makkelijk een dagtrip de Pyreneeën in, met bergbeekjes, meertjes en koeien in de wei. Het voelde alsof ik in een chocoladereclame liep.
Praktisch: reizen door Frankrijk
De auto is op de meeste plekken het handigst, zeker op Corsica en op het platteland waar de bus nauwelijks komt. Op Corsica moet je wel rekening houden met eindeloze kronkelwegen: een afstand die op de kaart niks lijkt, kost zo drie uur. Tussen de grote steden is de TGV juist supersnel en comfortabel.
Betalen gaat overal met de euro en pinnen kan bijna altijd, dus dat is lekker makkelijk. In de steden let je wel even op zakkenrollers, en in het hoogseizoen boek je populaire plekken en overnachtingen ruim van tevoren.
Wanneer ga je het beste naar Frankrijk
Voor het strand, de bergen in de zomer en het platteland is mei tot september het fijnst. Juli en augustus zijn het warmst en het gezelligst, maar ook het drukst en het duurst, zeker aan de kust en op Corsica. Wil je het rustiger en toch mooi weer, kies dan voor juni of september. Voor de wintersport in de Alpen moet je natuurlijk in de winter zijn, ruwweg december tot maart.
Mijn eerlijke oordeel over Frankrijk
Frankrijk is misschien niet het meest exotische land op mijn lijst, maar het is er wel een waar ik moeilijk op uitgekeken raak. Juist die afwisseling maakt het zo fijn: het ene jaar de kliffen van Corsica, het jaar erop de sneeuw van de Alpen of gewoon een luie week op het Franse platteland. Hieronder lees je mijn verhalen per plek.