Argentinië is een van die landen waar je vooraf al weet dat je niet alles gaat zien. Het is gigantisch, van de subtropische watervallen van Iguazú in het noorden tot het koude, winderige Patagonië helemaal in het zuiden. Ik ben er twee keer geweest, met jaren ertussen: een keer via de Andes bij Mendoza toen ik vanuit Chili het land in reed, en een keer voor de watervallen van Iguazú die ik vanaf de Argentijnse kant bekeek. Dit is mijn eerlijke verhaal over die plekken, met wat top was en wat tegenviel.
Waarom Argentinië bijzonder is
Wat me het meest is bijgebleven, is de ruimte. Toen ik vanuit Chili de grens over reed richting Uspallata reden we door een landschap dat maar bleef doorgaan: brede pampa’s, gekleurde bergen en de Aconcagua die overal bovenuit stak, de hoogste berg van Zuid-Amerika. Je rijdt uren en ziet bijna niemand. Dat gevoel van eindeloosheid heb ik in weinig landen zo sterk gehad.
En dan is er de andere kant van het land. De watervallen van Iguazú zijn geen berg of vergezicht maar puur natuurgeweld: bijna 300 watervallen achter elkaar, met vlinders, jungle en op een goede dag een regenboog erbij. Twee totaal verschillende werelden binnen één land, en daar zit precies de charme van Argentinië.
De mooiste plekken die ik zag
Ik heb lang niet het hele land gezien, dus ik ben eerlijk: dit zijn de regio’s waar ik zelf was en die ik je zou aanraden.
De Andes bij Uspallata en Mendoza
Vanuit Chili reed ik de Andes in en bleef een paar dagen hangen in Uspallata, een klein plaatsje in de provincie Mendoza. We sliepen in een tentje aan de rand van de pampa, aten heerlijke empanadas met een biertje in de zon en maakten wandelingen richting de Aconcagua. Vlakbij ligt ook de Cerro de los Siete Colores, een berg met allemaal kleuren in de rotsen. Dit is het rustige, ruige Argentinië en ik vond het geweldig.
De watervallen van Iguazú
Het absolute hoogtepunt. Iguazú bekeek ik vanaf de Argentijnse kant, waar je over lange paden echt tussen de watervallen door loopt. De entree is idioot duur voor buitenlanders en de bewegwijzering was een rommeltje, maar zodra je bij het water staat ben je dat meteen vergeten. Bijna 300 watervallen, vlinders overal en een strakblauwe lucht. Wat een plek.
Praktisch: reizen door Argentinië
De afstanden zijn het grootste ding om rekening mee te houden. Tussen de regio’s zitten soms duizenden kilometers, dus voor de grote sprongen neem je het vliegtuig en voor de rest de langeafstandsbussen, die comfortabel maar traag zijn. Ik reed zelf een deel met de auto, wat in de Andes een prachtige manier van reizen is.
Neem wat contant geld mee. De peso is instabiel en de koersen lopen uiteen, dus je betaalt niet overal hetzelfde. En houd er rekening mee dat toeristische plekken voor buitenlanders duurder zijn dan voor locals, dat is gewoon zo.
Wanneer ga je het beste naar Argentinië
Omdat het land zo groot is, is er niet één beste reistijd. Voor Buenos Aires en de meeste rondreizen zijn de lente (oktober en november) en de herfst (maart en april) het aangenaamst. Patagonië doe je in de zuidelijke zomer van december tot februari. Het noorden bij Iguazú is het hele jaar warm; ik was er in augustus, midden in de zuidelijke winter, en dat was juist prima weer. Bedenk dus eerst waar je heen wilt en pas daar je reismaand op aan.
Mijn eerlijke oordeel over Argentinië
Ik heb maar een klein stukje van Argentinië gezien, maar wat ik zag was top. De rust en ruimte van de Andes en het pure natuurgeweld van Iguazú maken het een land waar ik nog veel meer van wil zien. Als je twijfelt: ga. Kies een paar regio’s uit, reis jezelf niet gek en geniet van de ruimte. Hieronder deel ik mijn verhalen per plek.