Israël is een piepklein land, maar de twee steden waar ik was voelden als twee compleet verschillende werelden. Jeruzalem is oud, beladen en religieus, met een oude stad die me sterk aan de medina van Fez deed denken. Tel Aviv, een uurtje verderop met de trein, is jong, strandgericht en ontspannen. In minder dan een week zag ik ze allebei, en ik raad de combinatie iedereen aan.
Even vooraf: dit is een reisgids, geen politiek stuk. Ik schrijf gewoon op wat ik zelf zag en meemaakte als reiziger. Voor de actuele situatie en of reizen op dit moment verstandig is, kijk altijd eerst het officiële reisadvies na voor je iets boekt.
Waarom Israël bijzonder is
Wat me het meest bijbleef is het contrast. In de oude stad van Jeruzalem loop je binnen een paar honderd meter van de Joodse wijk naar de christelijke naar de islamitische, en met elke wijk veranderen de mensen, de winkeltjes en de sfeer. De klaagmuur, de gouden rotskoepel en de Heilige Grafkerk liggen bijna op een steenworp van elkaar. Interessant om te zien, maar ook behoorlijk beladen.
En dan pak je de trein naar Tel Aviv en beland je in een totaal andere wereld: brede stranden, mensen die de hele dag in zee liggen, cocktails bij zonsondergang en ‘s avonds de gezellige kroegjes van Florentin. Dat je die twee zo dicht bij elkaar hebt, maakt Israël een verrassend gevarieerde bestemming voor zo’n klein land.
De mooiste plekken in Israël
Ik heb me op mijn korte trip beperkt tot Jeruzalem en Tel Aviv, en dat waren precies de twee die ik iedereen zou aanraden voor een eerste keer.
Jeruzalem
De oude stad is het hart: de klaagmuur, de tempelberg met de rotskoepel, de Heilige Grafkerk en de smalle, overdekte markten. Neem ook de tijd voor Yad Vashem, het indrukwekkende holocaustmuseum aan de rand van de stad. Jeruzalem is intens, maar dat is precies waarom je er geweest moet zijn.
Tel Aviv
De tegenhanger van Jeruzalem: strand, zon en een relaxte vibe. Loop de boulevard af, eet je rondje langs de Carmel Market en drink een cocktail voor zonsondergang. In de avond zit je goed in de kroegjes van Florentin.
Jaffa
De oude Arabische havenwijk van Tel Aviv, met een klokkentoren, een mooie oude haven, kronkelige steegjes en een gezellige rommelmarkt. Zo weggelopen uit het moderne Tel Aviv naast de deur.
Praktisch: reizen door Israël
Van het vliegveld Ben Gurion rij je met de trein zo naar Tel Aviv of Jeruzalem, en tussen die twee steden zit je in ongeveer een uur. Handig en comfortabel. Let wel goed op Shabbat: van vrijdagavond tot zaterdagavond rijden er in grote delen van het land geen treinen en bussen, en gaat veel dicht. Wij moesten daardoor op onze vertrekdag een dure taxi naar het vliegveld nemen. Plan daar dus omheen.
Reken erop dat Israël niet goedkoop is. Eten, drinken en overnachten liggen ongeveer op West-Europees niveau. Op de markten en bij lokale eettentjes eet je het voordeligst, en daar is het eten sowieso het lekkerst.
Wanneer ga je het beste naar Israël
Het voorjaar (april en mei) en het najaar (september en oktober) zijn wat mij betreft ideaal: warm genoeg voor het strand, maar niet snikheet in Jeruzalem, en weinig regen. De zomer is heet en droog, aan de kust prima maar in de binnensteden pittig. Ik was er zelf in januari: aan de zee nog verrassend te doen met zon op het strand, maar Jeruzalem is dan een stuk kouder en het is de natste tijd van het jaar.
Mijn eerlijke oordeel over Israël
Wij waren maar kort in Israël, maar zijn allebei enthousiast teruggekomen. De combinatie van het oude, beladen Jeruzalem en het jonge, zonnige Tel Aviv maakt het een bijzondere bestemming, en het eten was de hele week een feest. Het is aan de dure kant en je moet even rekening houden met Shabbat en met het actuele reisadvies, maar als het kan zou ik zo weer gaan. Hieronder deel ik mijn verhalen per plek.