Indonesië was een van mijn allereerste grote reizen buiten Europa, en ik ben er later nog een keer teruggegaan. In dit stuk deel ik wat ik echt heb gezien: de rijstvelden en tempels van Bali, de rauwere kant van Java met Yogyakarta, en de grote tempels en vulkanen daaromheen. Geen reisbureau-praat, gewoon hoe het was, met de mooie plekken en het gezeik onderweg erbij.
Waarom Indonesië zo bijzonder is
Wat me het meest is bijgebleven, is hoe verschillend de eilanden zijn. Bali is groen, tropisch en makkelijk reizen: overal rijstvelden, tempeltjes met van die hoge gespleten poorten en een strand om de hoek. Maar zodra je naar Java vliegt, land je in een heel ander Indonesië. Daar keken mensen ons aan alsof we van een andere planeet kwamen, wilden ze de hele tijd met ons op de foto en zag je bijna geen toeristen. Dat voelde rauwer en echter, en juist dat maakte het bijzonder.
En dan heb je de natuur nog. Groene rijstterrassen, boeddhistische tempels waar je uitkijkt over de bossen, en vulkanen die er nog steeds actief bij liggen. De Merapi rookte in de verte gewoon door terwijl wij er met een jeep omheen reden. Dat soort dingen zie je thuis niet.
De mooiste plekken in Indonesië
Ik reisde vooral over Bali en maakte van daaruit een uitstapje naar Java. Dit zijn de plekken die me het meest zijn bijgebleven.
Ubud en de rijstvelden
Ubud is het groene hart van Bali, met beroemde rijstterrassen net buiten het stadje en tempeltjes zoals de Goa Gajah, de olifantsgrot. Een fijne plek om een paar dagen rond te scooteren en te chillen.
Yogyakarta
De culturele stad op Java, en wat mij betreft de beste plek om het echte Indonesië te zien. Niet mooi op het eerste gezicht, wel bijzonder, en de perfecte uitvalsbasis voor de grote tempels.
Borobudur en Prambanan
De twee grote tempels bij Yogyakarta. De Borobudur is een enorme boeddhistische tempel met een prachtig uitzicht over de bossen en vulkanen, Prambanan een hindoe-tempelcomplex dat me deed denken aan Angkor Wat, zeker met de zonsondergang erachter.
De vulkaan Merapi
Een van de grootste en actiefste vulkanen van Indonesië, net ten noorden van Yogyakarta. Met een jeeptour rij je langs de sporen van de uitbarstingen, en de vulkaan zelf ziet er indrukwekkend uit.
Praktisch: reizen door Indonesië
De scooter is koning. Op Bali huur je er zo eentje en rij je van rijstveld naar tempel naar strand. Het is wel even wennen aan het verkeer, dat vooral op Java echt chaotisch is, iedereen rijdt asociaal en pakt zijn gaatje. Draag een helm en let op bij regen, want steile weggetjes veranderen dan in glijbanen. Dat heb ik zelf ondervonden op een lange, kletsnatte rit naar het noorden van Bali.
Tussen de eilanden vlieg je makkelijk. Toen wij met de ferry van Bali naar Java wilden en dat door gedoe met onze papieren niet lukte, boekten we ter plekke een goedkope vlucht naar Yogyakarta. Zo duur is dat niet en het scheelt een hoop tijd.
Eén eerlijke waarschuwing: reken bij de grote tempels op een flinke buitenlandersprijs. Bij Prambanan betaalden wij als toerist tien keer zoveel als de Indonesiërs, terwijl alles op het eiland juist zo goedkoop is. Neem genoeg cash mee.
Wanneer ga je het beste naar Indonesië
April tot oktober is het droge seizoen en de beste tijd om te gaan. Ik was er in juni: op Java heerlijk zonnig en warm, al kreeg ik in het bergachtige binnenland van Bali nog een paar keer een enorme stortbui over me heen. Van november tot maart is het natter, met korte hevige buien, maar de rijstvelden zijn dan wel op hun mooist en groenst.
Mijn eerlijke oordeel over Indonesië
Indonesië is een land dat je verrast door de afwisseling. Bali is makkelijk en mooi om te beginnen, maar juist Java, met zijn tempels, vulkanen en het gevoel dat je echt ergens anders bent, is me het meest bijgebleven. Het reizen is soms een beetje gedoe, met het verkeer en die tempelprijzen, maar het is goedkoop, gastvrij en boordevol hoogtepunten. Hieronder deel ik mijn verhalen per plek.