Als ik heel eerlijk ben, is Hongarije voor mij vooral Boedapest. Ik ben er twee keer geweest, een keer met vrienden en een keer met Zas rond de kerst, en beide keren ben ik niet verder gekomen dan de hoofdstad. En eerlijk gezegd had ik daar ook geen enkele behoefte aan, want Boedapest is zo’n stad waar je gewoon niet op uitgekeken raakt. Dit is dus geen complete rondreisgids door het hele land, maar mijn eerlijke verhaal over de plek waar het in Hongarije wat mij betreft allemaal om draait.
Waarom Boedapest zo bijzonder is
Boedapest is eigenlijk twee steden in een: het heuvelachtige, oude Buda aan de ene kant van de Donau en het bruisende, vlakke Pest aan de andere kant. Die twee samen, met die brede rivier ertussen en een rij prachtige bruggen erover, maken het een van de mooiste steden van Europa om gewoon doorheen te lopen.
Wat het voor mij zo leuk maakt, is de combinatie. Je hebt overdag de indrukwekkende gebouwen, het parlement, de synagoge, het kasteel op de heuvel, en ‘s avonds duik je zo een ruïnekroeg in voor een spotgoedkoop biertje. Het is grand en een beetje rauw tegelijk, en dat vind ik gaaf.
De mooiste plekken in Boedapest
Ik reisde niet verder dan de stad, dus dit zijn de plekken binnen Boedapest die ik je echt zou aanraden.
De Buda-kant
Steek de Donau over naar Buda en klim de heuvel op (of neem de kabelbaan, dat scheelt). Boven vind je het vissersbastion met zijn witte torentjes, de kleurrijke Matthiaskerk en een geweldig uitzicht over Pest aan de overkant. Verderop ligt het enorme Buda-kasteel. Alleen al de klim en het rondlopen daarboven zijn het waard.
De Pest-kant
Aan de Pest-kant zit het leven. Het enorme parlementsgebouw langs de Donau is misschien wel het mooiste gebouw dat ik in Europa heb gezien, zeker als het ‘s avonds verlicht is. Loop verder naar de Sint-Stefanusbasiliek, de imposante Grote Synagoge en de overdekte Grote Markthal. En dan heb je nog de kroegenbuurt, waar het ‘s avonds echt gebeurt.
De bruggen en de Donau
Onderschat de bruggen niet. De Kettingbrug is de beroemdste, maar de groene Vrijheidsbrug vond ik minstens zo mooi. Gewoon langs de Donau lopen en de stad van beide kanten zien, is een van de leukste dingen om te doen.
Praktisch: reizen naar en door Boedapest
Vanuit Nederland vlieg je zo naar Boedapest, de vlucht duurt ongeveer twee uur en tickets zijn vaak goedkoop. Vanaf het vliegveld ben je met een taxi of shuttle snel in de stad. In Boedapest zelf kom je bijna overal te voet, en anders is het openbaar vervoer (metro en trams) prima geregeld en goedkoop.
Betaal met forint, niet met euro. Sommige plekken accepteren euro’s wel, maar dan krijg je een slechte koers. Pin gewoon geld bij een bank-ATM en let een beetje op je spullen in het drukke openbaar vervoer, want zakkenrollers zijn hier het grootste risico.
Wanneer ga je het beste naar Hongarije
De fijnste tijd is wat mij betreft de lente (april tot juni) en de vroege herfst (september): aangenaam weer, veel zon en behapbare drukte. In juli en augustus kan het in Boedapest tering heet worden, en dan is het ook drukker. Ik ben zelf een keer rond de kerst geweest en dat had ook z’n charme, met de kerstmarkten en de verlichte stad, maar dan moet je wel tegen de kou en soms grijze dagen kunnen.
Mijn eerlijke oordeel over Hongarije
Ik heb van Hongarije alleen Boedapest gezien, dus over de rest van het land kan ik niks zinnigs zeggen. Maar Boedapest alleen al maakt een reis naar Hongarije helemaal de moeite waard. Het is mooi, goedkoop, goed te doen in een lang weekend en heeft precies de juiste mix van cultuur, uitzicht en gezelligheid. Voor een stedentrip staat het bij mij in de top van Europa. Hieronder deel ik mijn verhalen over de stad.