Ik ga al sinds 2014 bijna elk jaar naar Griekenland, meestal in de zomer met de familie, en inmiddels heb ik er flink wat eilanden gezien. Van de witte huisjes van de Cycladen tot de groene Ionische eilanden aan de westkant, en tussendoor het vasteland met Meteora en Delphi. Elk jaar weer een ander stukje, en het blijft me trekken. In dit verhaal neem ik je mee langs de eilanden waar ik echt van genoten heb, met een eerlijke blik op wat de moeite waard was, hoe je het praktisch aanpakt en wat je qua eilandhoppen Griekenland een beetje moet weten.
Beginnen in Athene
Vrijwel elke reis begint of eindigt in Athene, gewoon omdat de meeste vluchten en boten daar vandaan gaan. De eerste keer landen we vaak in Glyfada, een buitenwijk aan zee, om even bij te komen van de reis met een duik en een lunch aan het strand. De Akropolis blijft gewoon gaaf om te zien, hoe vaak ik er ook geweest ben, en ‘s avonds verlicht boven de stad is het nog mooier. Slenter daarna even door de straatjes van Plaka en het Monastirakiplein, dat is een leuk stukje stad.
Heb je een dag over vanuit Athene, rijd dan naar Kaap Sounio, het uiterste puntje van het schiereiland Attica. Daar staat een oude tempel van Poseidon. Veel is er niet meer van over, een paar resten, maar het staat wel op een prachtige plek pal boven de zee. Daarna lekker chillen op het strand en een hapje eten, prima manier om je reis op gang te brengen.
De Cycladen: Paros, Andros en Milos
De Cycladen zijn de eilanden die je waarschijnlijk in je hoofd hebt bij Griekenland: witte huisjes met blauwe randen, kale rotsen en felblauwe zee. Vanaf Piraeus of Rafina pak je de boot en binnen een paar uur zit je er. Op Paros ben ik meerdere keren geweest en dat is niet voor niets: heerlijk om er een week neer te strijken, te chillen bij het huisje en ‘s avonds in het haventje van Naoussa te eten. Er is een mooie oude Byzantijnse wandelweg door de heuvels naar het dorpje Lefkes, echt de moeite waard, al is het bloedheet.
Andros is een heel ander verhaal en juist daarom leuk. Het is verrassend groen, totaal niet wat je van een Grieks eiland verwacht, met mooie lange wandelingen van bergdorpjes naar de kust. Het is een eiland waar je niet zo snel terechtkomt, dus juist leuk om ook eens te zien.
Milos vond ik achteraf een van de mooiste. Van tevoren wist ik er weinig van, maar de witte rotsen van Sarakiniko voelen echt als lopen op de maan, en het kleurrijke vissersdorpje Klima staat zo tegen de zee aan dat bij een hoge golf de huiskamer onder water loopt. Milos is bovendien nog net wat rustiger dan sommige buureilanden, en dat merk je. Op Milos kun je trouwens ook met een klein vliegtuigje vanaf Athene komen, wat een stuk sneller is dan de boot.
De Ionische eilanden: Kefalonia, Lefkas en Corfu
Aan de westkant liggen de Ionische eilanden, en die zijn echt anders: veel groener, met olijfbossen en dennen, en wat rustiger van sfeer. Kefalonia heeft met Myrtos Beach een van de mooiste stranden van Griekenland, dat turquoise water van bovenaf is niet te geloven. Verder heb je er de Melissani-grot waar je met een bootje over felblauw water vaart, zo helder dat je op vier meter diepte de schaduw van de boot op de bodem ziet. Rijd langs de schattige dorpjes Assos en Fiskardo in het noorden, dat zijn leuke havenplaatsjes.
Lefkas is het eiland waar ik het vaakst terugkom, mede omdat het via een bruggetje aan het vasteland vastzit en dus makkelijk te bereiken is. Porto Katsiki is het bekendste strand en blijft prachtig, al ligt het meestal overvol. De tip van mijn ouders werkt goed: ga aan het begin van de avond, dan zijn de meesten al weg terwijl het nog hartstikke warm is en de zonsondergang geweldig. Vanaf Lefkas kun je ook een bootje huren en langs de kleine eilandjes varen, Meganisi, Kastos, Kalamos, en zelfs naar Ithaka. Dat waren echt mijn favoriete dagen.
Corfu deed ik in mei, en dat was een fijne verrassing qua rust en weer. Corfu Stad heeft een duidelijk Venetiaans verleden en lijkt bijna meer op een Italiaanse stad dan een Griekse, mooi en sfeervol. De rest van het eiland is heerlijk om doorheen te wandelen, door olijfbossen, langs kliffen en verlaten kloosters naar stranden met azuurblauwe zee. Het zuidelijke Kavos sla je wat mij betreft over, dat was verschrikkelijk, maar de wandelingen eromheen waren top.
Het vasteland: Meteora en Delphi
Wil je meer dan alleen zon en zee, combineer de eilanden dan met een stukje vasteland. Meteora stond jarenlang op mijn lijstje en het lot hield me steeds tegen, maar toen het eindelijk lukte was het het wachten waard. Enorme grillige rotszuilen die zomaar uit het landschap oprijzen, met boven op de toppen eeuwenoude kloosters. Je kunt met de auto langs de meeste rijden, of een pittige wandeling door de bossen omhoog maken. In Kalambaka aan de voet zit je prima voor een lunch of een biertje na afloop.
Ook Delphi, ooit volgens de Grieken het centrum van de wereld, en het bergdorpje Arachova zijn een mooie combinatie. Het is een heel ander Griekenland dan de eilanden: bergen, groen en oude ruïnes, en toch zijn de stranden aan de baai van Korinthe niet ver weg.
Praktisch: veerboten, vervoer en beste reistijd
Eilandhoppen doe je vooral met de veerboot. De grote boten vertrekken vanaf Piraeus en Rafina, en tussen de eilanden onderling varen kleinere boten. Reken op vroege vertrektijden, we stonden geregeld voor dag en dauw op de boot, en op overtochten van een paar uur. Elke overstap kost eigenlijk een halve reisdag, dus prop niet te veel eilanden in één reis. Beter een paar eilanden goed dan zes half.
Op vrijwel elk eiland raad ik aan een auto te huren, want de mooiste plekken liggen verspreid. En huur zeker een keer een dagje een bootje: dat is telkens weer het hoogtepunt. Qua budget kan Griekenland alle kanten op, maar buiten de dure hotspots eet en drink je nog steeds betaalbaar. Een pita gyros op het strand kost bijna niks en is heerlijk.
De beste reistijd is grofweg eind juni tot begin september voor gegarandeerd strandweer. In juli en augustus is het wel echt bloedheet, regelmatig richting de 40 graden, en druk op de bekende plekken. Ga daarom vroeg op pad of juist tegen de avond. Mei, begin juni en september zijn ook prima, aangenamer van temperatuur en een stuk rustiger. Kortom: eilandhoppen in Griekenland blijft voor mij een van de fijnste manieren van reizen, en na al die jaren ben ik nog lang niet uitgekeken.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste route om te eilandhoppen in Griekenland? +
Dat hangt af van welke groep eilanden je kiest. Voor de Cycladen vlieg je naar Athene en pak je vanaf Piraeus of Rafina de boot naar bijvoorbeeld Paros, en van daaruit door naar Andros, Naxos of Milos. Die eilanden liggen dicht bij elkaar, dus hoppen gaat makkelijk. De Ionische eilanden (Kefalonia, Lefkas, Corfu) doe je meer vanuit het westen van het vasteland, met kortere overtochten. Ik zou niet te veel eilanden in één reis proppen, want elke overstap kost een halve reisdag.
Hoe reis je tussen de Griekse eilanden? +
Vooral met de veerboot. De grote boten vertrekken vanaf Piraeus (de haven van Athene) en Rafina, en tussen de eilanden onderling varen kleinere boten. Reken op vroege vertrektijden en soms lange overtochten van een paar uur. Naar sommige eilanden, zoals Milos, kun je ook met een klein vliegtuigje vanaf Athene, wat een stuk sneller is maar duurder.
Wat is de beste reistijd voor de Griekse eilanden? +
Eind juni tot begin september heb je zo goed als gegarandeerd mooi weer. In juli en augustus is het wel echt bloedheet, regelmatig richting de 40 graden, en op de bekende stranden en dorpjes is het dan druk. Wil je iets rustiger en aangenamer weer, dan zijn mei, begin juni en september ook prima. In mei op Corfu was het bijvoorbeeld heerlijk en een stuk minder druk.
Cycladen of Ionische eilanden, wat kun je beter kiezen? +
Allebei top, maar echt anders. De Cycladen (Paros, Milos, Andros) zijn de klassieke witte huisjes, kale rotsen en felblauwe zee. De Ionische eilanden (Kefalonia, Lefkas, Corfu) zijn groener, met olijfbossen en dennen, en voelen wat rustiger. Kun je kiezen: voor het typische Griekse plaatje ga je naar de Cycladen, voor groen en natuur naar de Ionische eilanden.
Heb je een auto nodig op de Griekse eilanden? +
Op de meeste eilanden wel, ja. De mooiste stranden en dorpjes liggen verspreid en soms aan het eind van smalle weggetjes. Met een huurauto kun je op je eigen tempo rondrijden en stoppen waar je wilt. En huur zeker een keer een bootje voor een dag: dat waren steeds mijn favoriete dagen, langs baaitjes varen en zwemmen waar je maar wilt.
Lees ook
Griekenland · Athene
Athene bezoeken: Akropolis, Plaka en Kaap Sounio
Mijn eerlijke tips voor Athene: de Akropolis en Parthenon, slenteren door Plaka, uit eten met uitzicht en een dagje naar de tempel van Poseidon bij Sounio.
7 min lezen
Griekenland · Kefalonia
Kefalonia: Myrtos Beach, grotten en schattige dorpjes
Mijn eerlijke gids voor Kefalonia: het beroemde Myrtos Beach, de Melissani-grot, de dorpjes Assos en Fiskardo en tips voor dit groene Ionische eiland.
7 min lezen
Griekenland · Meteora
Meteora bezoeken: kloosters op de rotsen in Griekenland
Mijn eerlijke verhaal over Meteora: de kloosters op de enorme rotsen, met de auto langs de kloosters, een pittige wandeling en tips voor je bezoek.
6 min lezen