Kort overzicht
- Route
- San José, Guanacaste, La Fortuna, Monteverde, Manuel Antonio, Puerto Viejo
- Vervoer
- Huurauto of bus
- Beste reistijd
- December tot april (droge tijd)
- Duur
- Minimaal 2 tot 3 weken
Costa Rica is een van die landen waar ik telkens weer terugkwam. De eerste keer woonde ik er een paar maanden met een taalschool in Tamarindo, later kwam ik terug voor een rondreis met familie en nog een keer voor een lustrumreis met vrienden. In totaal heb ik zo’n beetje het hele land gezien, van de droge stranden in het noordwesten tot de groene, natte Caribische kust. In dit artikel zet ik mijn rondreis Costa Rica op een rij: de route die ik je zou aanraden, wat top was, wat tegenviel en het praktische gedoe met vervoer, budget en reistijd.
San José: aankomen en meteen door
De meeste mensen vliegen aan bij San José, al ligt het vliegveld eigenlijk in Alajuela. San José zelf is niet bepaald mooi. De stad blijft lelijk, ook al zag hij er met een zonsondergang toevallig een keer best aardig uit toen ik er binnenreed. Ik zou er niet te veel tijd inplannen. Kom je aan, dan is het prima om er een nachtje te blijven om bij te komen, maar mijn advies is om vrij snel door te reizen naar het echte moois. Voor de laatste nacht voor je vlucht is het wel weer handig, gewoon dichtbij het vliegveld.
Guanacaste en Tamarindo: strand, hitte en surfen
Vanuit San José ging ik met de bus naar Tamarindo, in de provincie Guanacaste. Dit is de droge, hete kant van Costa Rica en het draait hier vooral om stranden en surfen. Tamarindo werd voor mij een soort thuisbasis en dat is een heerlijk plekje, al is het strand niet het mooiste van het land. Rondom zijn de betere stranden te vinden. Playa Conchal wordt terecht bij de mooiste van Costa Rica genoemd, met prachtig helder water en op een stukje zelfs best veel vissen om te snorkelen. Ook Playa Grande aan de overkant van de rivier is enorm en lekker rustig, alleen neem je daar wel even het bootje, want in die rivier zitten krokodillen en die sla ik graag over.
Vanuit Guanacaste maakte ik ook een mooie roadtrip over het schiereiland Nicoya, met een ferry van Puntarenas naar Paquera en als afsluiter de watervallen van Montezuma. Een lange rit met veel slechte wegen, waarbij we soms letterlijk door een rivier moesten rijden, maar de watervallen waren prachtig en heerlijk verfrissend om even onder te duiken.
La Fortuna en de Arenal-vulkaan
Van Guanacaste reisde ik door naar La Fortuna, de uitvalsbasis voor de Arenal-vulkaan. Dit is wat mij betreft een van de leukste stukken van het land. De Arenal is precies die perfecte kegel die je voor je ziet als je aan Costa Rica denkt. Eromheen kun je zowat alles doen: wandelen over oude lavavelden, onder de waterval van La Fortuna zwemmen, in de hot springs hangen en quad rijden. Dat laatste is heel cool, alleen zit je daarna helemaal onder het stof.
De grootste aanrader hier was raften. Ik had niet gedacht dat ik het zo geweldig zou vinden, maar een wilde rivier dwars door de jungle, afwisselend spannend en rustig genoeg om om je heen te kijken, dat was echt top. Vlakbij ligt ook Río Celeste, met dat felblauwe water door de mineralen die erin zitten. De waterval en de blauwe lagune zijn prachtig, alleen werd ik bij de lagune helemaal lek gestoken door muggen, dus smeer je goed in. Houd er rekening mee dat de vulkaan vaak in de wolken hangt, dus neem er wat dagen de tijd voor.
Monteverde: het nevelwoud
Van La Fortuna reed ik door naar Monteverde, hoog in de bergen. Hier draait het om het nevelwoud en de hangbruggen die daar dwars doorheen lopen. Het is bijna altijd mistig en bewolkt, dus reken niet op strak weer, maar juist die mist maakt het bijzonder. Vanaf de lange, hoge hangbruggen heb je een prachtig uitzicht over de groene heuvels. Wilde dieren zag ik er niet heel veel, al hingen er wel eens aapjes aan de touwen van de brug, vet schattig. Toen het een keer opeens opentrok en zelfs een beetje zonnig werd, was het meteen een heel andere ervaring. Voor de liefhebber is er ook een zipline over een dal, heel gaaf om te doen.
Manuel Antonio: strand en wildlife
Naar beneden richting de Pacifische kust ligt nationaal park Manuel Antonio, en dat combineert twee dingen die Costa Rica goed doet: mooi strand en veel wilde dieren. Wees gewaarschuwd, het park is druk. De eerste keer moesten we drie uur wachten voordat we naar binnen konden, dus ga vroeg. Was het dat waard? Uiteindelijk wel. Je ziet er die gekke witkopkapucijnaapjes, luiaards en met goed kijken van alles aan vogels en kikkers. De luiaards hangen wel vaak hoog en ver weg, dus dat is soms jammer. Het strand in het park is prachtig, nog een stuk mooier dan in Tamarindo. Een boottocht rondom Manuel Antonio is ook een aanrader, we hebben er zelfs walvissen gezien.
De Caribische kust: Puerto Viejo en Tortuguero
Voor het laatste deel stak ik het land over naar de Caribische kust, en dat is echt een andere wereld. Waar Guanacaste heet en droog is, is het hier warm, enorm vochtig en groen. Eigenlijk is dit meer hoe ik Costa Rica voor me zag: veel regenwoud en overal water. Puerto Viejo is een klein, relaxed plaatsje waar je zo een fietsje huurt en langs de stranden richting Panama rijdt, dwars door het regenwoud. Het weer kan tegenzitten, bij mij regende het flink, maar met zon zijn de stranden hier op hun mooist en de kleur van het water is sowieso prachtig.
Vlakbij zit het Jaguar Rescue Center, een opvang voor zieke en verongelukte dieren. Jaguars hebben ze niet, dat is gewoon de naam, maar wel veel vogels, reptielen en zoogdieren. Die baby luiaards waren zo schattig en de toekan met zijn felle kleuren was heel bijzonder om te zien. Wil je nog meer natuur, dan is Tortuguero in het noordoosten een aanrader: dat bereik je alleen per boot, met lagunes, regenwoud en zeeschildpadden die ‘s nachts hun eieren komen leggen.
Praktisch: vervoer, budget en reistijd
Voor het vervoer heb je grofweg twee opties. Een huurauto geeft je de meeste vrijheid en maakt de wat afgelegen plekken makkelijk bereikbaar, en met de slechte wegen is wat hoogte onder je auto fijn. Met de bus kan het ook prima en is het een stuk goedkoper, alleen ben je langer onderweg. Ik heb een keer 4,5 uur op de grond van een volle bus gezeten, comfortabel is anders, maar prima voor een keertje.
Wat de beste reistijd betreft: de droge tijd van december tot april geeft je de meeste kans op zon, zeker in Guanacaste. In de groene tijd is het natter, maar alles is dan wel prachtig groen. Costa Rica is niet supergoedkoop voor Midden-Amerika, reken op wat hogere prijzen dan in bijvoorbeeld Nicaragua. Voor een echte rondreis langs deze plekken zou ik minimaal twee tot drie weken uittrekken. Doe je het korter, kies dan liever een paar plekken goed dan alles half. Al met al blijft Costa Rica een van mijn favoriete landen om rond te reizen, gewoon door die combinatie van strand, vulkanen, nevelwoud en zoveel wildlife op zo’n klein oppervlak.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede route voor een rondreis door Costa Rica? +
Ik zou beginnen in San José, doorgaan naar Guanacaste met de stranden rond Tamarindo, dan naar La Fortuna voor de Arenal-vulkaan, verder naar Monteverde voor het nevelwoud, naar beneden richting Manuel Antonio voor het strand en de wildlife, en afsluiten aan de Caribische kust bij Puerto Viejo. Zo zie je zowel de droge als de groene, natte kant van het land.
Hoeveel dagen heb je nodig voor een rondreis Costa Rica? +
Voor een fatsoenlijke rondreis langs de hoogtepunten reken je minimaal twee tot drie weken. Costa Rica is niet enorm groot, maar de wegen zijn soms slecht en afstanden kosten meer tijd dan je op de kaart denkt. Met een week zie je maar een klein stukje.
Wat is de beste reistijd voor Costa Rica? +
De droge tijd loopt ongeveer van december tot april en geeft je de meeste kans op zon, zeker aan de westkant in Guanacaste. In de groene tijd is het natter en kan een tropische bui zomaar je plannen in de war gooien, maar dan is alles wel prachtig groen. Ik ben er in beide seizoenen geweest en beide hebben hun charme.
Is een huurauto handig in Costa Rica of kun je beter met de bus? +
Een huurauto geeft je de meeste vrijheid en maakt de wat afgelegen plekken makkelijk bereikbaar. De wegen zijn soms slecht en je moet af en toe letterlijk door een riviertje rijden, dus een auto met wat hoogte is fijn. Met de bus kan het ook prima en is het een stuk goedkoper, alleen ben je langer onderweg en soms sta je een paar uur.
Kun je in Costa Rica veel wilde dieren zien? +
Zeker. Luiaards, aapjes, toekans, kikkers, krokodillen, leguanen en met een beetje geluk meer. In de nationale parken en op boottochten zie je het meeste. Reken er wel op dat dieren zoals luiaards vaak hoog en ver weg hangen, dus een gids of een goede zoom helpt.
Lees ook
Costa Rica · La Fortuna
Arenal-vulkaan en La Fortuna: mijn eerlijke tips
Alles over de Arenal-vulkaan en La Fortuna: de waterval, hot springs, quad rijden, raften en Río Celeste. Wat ik deed en of het de moeite waard is.
8 min lezen
Costa Rica · Manuel Antonio
Manuel Antonio: nationaal park met strand en dieren
Mijn eerlijke gids voor nationaal park Manuel Antonio: de luiaards en aapjes, het mooie strand, een boottocht met walvissen en hoe je de drukte voor bent.
8 min lezen
Costa Rica · Monteverde
Monteverde nevelwoud: hangbruggen in de wolken
Mijn eerlijke tips voor het nevelwoud van Monteverde: over de hangbruggen door de boomtoppen, de dieren die je ziet, de mist en of het de moeite waard is.
7 min lezen