Italië is een van die landen waar ik steeds weer terugkom, en telkens is het weer raak. Ik heb het niet in één grote reis gedaan, maar over meerdere trips leren kennen: een kerststedentrip naar Milaan, Venetië in de herfst, Rome met de familie en de zon en het water van Sardinië in de zomer. In dit verhaal zet ik mijn favoriete plekken op een rij en vertel ik eerlijk wat me beviel en wat niet, plus wat praktische tips over route, vervoer en de beste reistijd. Zie het als een rondreis Italië in stukjes: elke plek is prima los te doen, maar samen geven ze een mooi beeld van hoe verschillend dit land kan zijn.
Rome: waar ik altijd weer terugkom
Als ik iemand voor de eerste keer naar Italië zou sturen, werd het Rome. Ik was er in oktober met mijn ouders, mijn vriendin Zas en de rest van de familie, deels omdat Zas en ik de halve marathon liepen, maar bovenal om te genieten van deze prachtige stad. Zodra we waren geland ging alles vanzelf: spullen in het appartement en meteen lekker lunchen op een terras met pizza, ravioli en een ijskoude aperol. Dit is precies waarvoor je in oktober nog even naar Italië gaat.
De klassieke hoogtepunten ken je waarschijnlijk allemaal al, maar ze blijven om een reden zo populair: de Trevifontein, de Spaanse trappen, het Pantheon, het Forum Romanum en de Sint Pieter. Wat me elke keer weer pakt is dat gouden avondlicht langs de Tiber, met de Engelenburcht en het Vaticaan in de ondergaande zon. En durf ook de rustigere plekken op te zoeken, zoals de San Paolo fuori le Mura buiten de stadsmuren en de Santa Maria Maggiore met zijn schitterende vergulde plafond. Ik heb over Rome een apart artikel met al mijn hoogtepunten en eerlijke tips geschreven, inclusief het verhaal over die halve marathon met de finish bij het Colosseum.
Venetië: heel mooi, maar be prepared voor de drukte
Venetië deed ik in oktober, en dat is echt de maand om te gaan (buiten de zomer, dat wil je niet). De eerste dag bestond vooral uit lekker struinen, met een waanzinnig lekker broodje naast het Canal Grande en een aperol op een terras. Grappig detail: de aperol spritz komt hiervandaan, dus je kunt het overal drinken en het kost er geen drol.
Het San Marcoplein is heel mooi en bijzonder, maar be prepared want het gaat er toeristisch aan toe. Extreem druk, dat is jammer, maar het blijft een prachtige plek. Het Dogepaleis vond ik zeker de moeite waard, enorm en mooi versierd, en met een studentenkorting werd het ook nog betaalbaar. Wil je een goed uitzicht, ga dan de Campanile op: je gaat gewoon met een lift omhoog en boven zie je de hele stad op zijn eiland liggen, echt gaaf. In mijn gids voor Venetië in drie dagen staat precies hoe ik het heb ingedeeld.
Milaan: een fijn lang weekend
Milaan deed ik in de kerstvakantie, en dat was een leuke stedentrip van een paar dagen. De Duomo is echt een enorm gebouw met ongelofelijk veel oog voor detail, ze hebben er dan ook 600 jaar over gedaan. Van tevoren kaartjes kopen om hem te beklimmen is een aanrader, want dan loop je zo door en het uitzicht boven is heel mooi. Ook de Galleria Vittorio Emanuele II met zijn glazen koepel is prachtig.
Milaan is wat zakelijker dan de andere steden, maar juist daardoor kom je in de wijkjes leuke plekken tegen waar bijna alleen Italianen zitten. Brera vond ik een schattig wijkje voor de lunch, en Navigli in het zuiden heeft veel leuke barretjes en restaurantjes voor een paar drankjes. Mijn tip: reserveer op tijd als je het Laatste Avondmaal van Da Vinci wil zien, want die kaarten zijn dagen van tevoren al uitverkocht. Meer lees je in mijn Milaan stedentrip met hoogtepunten en eerlijke tips.
Sardinië: hier ga je voor de zon en het water
Voor een heel ander Italië moet je naar Sardinië. Ik was er in juli in het noorden, met Santa Teresa Gallura als uitvalsbasis, en het is er prachtig. De eerste stranddag was idioot druk, maar wat opvalt is dat je je daar amper aan stoort: het zijn vooral Italianen die in eigen land op vakantie zijn, geen asociale toeristen. De dag erna liepen we naar Capo Testa, een schiereilandje vlakbij, met een paadje door de bossen en prachtige stranden aan het einde. Heerlijk languit gelegen en veel gezwommen in dat heerlijke, heldere water.
Daarna namen we de boot naar La Maddalena, en dat eiland is nog mooier: allemaal kleine strandjes en baaitjes waar bootjes in liggen, met fantastisch helder en blauw water. We huurden een scootertje om meer te zien en reden naar het naastgelegen natuureiland Caprera, waar bijna niemand komt. Als je het water wil vangen op de foto, weet dan dat dat bijna nooit lukt zoals het in het echt is, gewoon een reden om er zelf heen te gaan. Op de terugweg deden we nog Olbia aan, en eerlijk: geen ruk te beleven, maar wel prima voor een avondje met een paar gezellige straatjes. In mijn artikel over Santa Teresa Gallura en La Maddalena staat de hele route. Sardinië raad ik iedereen aan, we hebben er een top tijd gehad.
Toscane en de Dolomieten: nog twee stukjes Italië
Twee plekken die ik ook heb aangedaan maar korter, en waar ik nog een keer beter voor terug wil. In Toscane kwam ik via Florence, waar ik op doorreis snel de meest iconische plekken zag voordat ik doorging naar een huisje bij Perugia. Zeker de moeite waard, maar te kort om er echt iets over te zeggen. En in de winter skiede ik in de Dolomieten vanuit Selva, met wisselend weer maar op de mooie dagen een waanzinnig uitzicht, zeker toen we helemaal naar de Lagazuoi gingen. Italië is dus niet alleen zon en steden, ook de bergen zijn top.
Praktisch: route, vervoer, reistijd en budget
Je hoeft Italië niet in één reis te doen. Ik heb het juist opgeknipt in losse trips en dat beviel prima: elke stad is een lang weekend tot een dag of vier, en Sardinië combineer je met de zomer. Wil je er wel een echte rondreis van maken, reken dan op zo’n twee weken om de steden te combineren.
Op het vasteland is de trein veruit het handigst. Tussen de grote steden rijden snelle, comfortabele treinen, dus een auto heb je niet nodig. Op Sardinië ligt dat anders: daar huur je een scooter of auto om bij de baaitjes te komen, en tussen de eilanden in het noorden pak je de boot vanaf Palau. Let wel op dat boottijden daar zomaar kunnen veranderen.
De beste reistijd hangt af van waar je heen gaat. Voor de steden vind ik het voorjaar en oktober het fijnst: lekker weer om op een terras te zitten zonder die verstikkende zomerhitte en de grootste drukte. Voor Sardinië wil je juist de zomer voor het strand, al is het dan snikheet en druk. Qua budget valt het mee: pizza, pasta en een aperol zijn overal goed en betaalbaar, zeker een paar straten van de toeristische pleinen vandaan, en veel pleinen en kerken zijn gewoon gratis.
Mijn eerlijke oordeel over een rondreis Italië
Italië blijft me pakken, en juist doordat ik het over meerdere reizen heb gedaan zie ik hoe verschillend het land is. Rome voor de geschiedenis en het eten, Venetië voor de fotogenieke gekte, Milaan voor een chill lang weekend en Sardinië voor de zon en dat waanzinnige water. Ga voor de steden het liefst buiten de zomer, reis met de trein en gun jezelf de tijd om lekker te slenteren en op een terras te zitten. Doe je dat, dan is een rondreis Italië in wat voor vorm dan ook gewoon top.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de mooiste plekken voor een rondreis door Italië? +
Dat hangt af van wat je zoekt. Voor steden en cultuur zijn Rome, Venetië en Milaan wat mij betreft de klassiekers, elk met een heel eigen sfeer. Wil je zon, strand en helder water, dan is Sardinië een aanrader, met Santa Teresa Gallura en La Maddalena in het noorden. Ik heb deze plekken over verschillende reizen bezocht en ze vullen elkaar mooi aan.
Wat is de beste reistijd voor Italië? +
Voor de steden vind ik het voorjaar (april tot juni) en de vroege herfst (september tot oktober) het fijnst: lekker weer om op een terras te zitten, maar niet die extreme zomerhitte en drukte. Ik was in oktober in Rome en dat was ideaal. Voor Sardinië en het strand wil je juist de zomer, al is het dan wel druk en snikheet.
Hoe reis je binnen Italië rond? +
De trein is voor de vasteland-steden veruit het handigst. Tussen grote steden rijden snelle en comfortabele treinen, dus je hebt echt geen auto nodig. Op Sardinië ligt dat anders: daar huur je een scooter of auto om bij de mooiste baaitjes te komen, en tussen de eilanden in het noorden pak je de boot.
Hoeveel dagen heb je nodig voor Italië? +
Voor één stad reken je op een lang weekend tot drie of vier dagen. Rome vraagt wat meer tijd dan Venetië of Milaan. Wil je meerdere plekken combineren tot een echte rondreis, dan kom je al snel op twee weken uit. Ik heb het zelf juist opgeknipt in losse reizen, en dat beviel prima.
Is een rondreis door Italië duur? +
Het valt mee. Pizza, pasta en een aperol spritz zijn overal goed en betaalbaar, zeker als je een paar straten van de toeristische pleinen vandaan gaat. De aperol komt trouwens uit Venetië en kost daar bijna niks. Vervoer met de trein is redelijk geprijsd en veel van de mooiste plekken, zoals pleinen en kerken, zijn gratis.
Welke stad in Italië is het leukst voor een eerste keer? +
Voor een eerste kennismaking zou ik Rome pakken: de meeste iconische plekken, veel geschiedenis en heerlijk eten. Venetië is bijzonder en heel fotogeniek maar klein en druk, en Milaan is wat zakelijker maar een fijn lang weekend. Alle drie kun je goed lopend verkennen.
Lees ook
Italië · Milaan
Milaan stedentrip: hoogtepunten en eerlijke tips
Een lang weekend Milaan: mijn eerlijke gids met de Duomo, de Galleria, Castello Sforzesco en Navigli, plus tips voor lekker eten en de mooiste plekken.
8 min lezen
Italië · Rome
Rome: hoogtepunten en eerlijke tips voor je stedentrip
Mijn eerlijke gids voor een stedentrip Rome: de mooiste plekken, waar je lekker eet, wat je overslaat en waarom oktober misschien wel de beste maand is.
9 min lezen
Italië · Sardinië
Sardinië: Santa Teresa en La Maddalena, mijn tips
Het mooiste water van Europa: mijn eerlijke gids voor het noorden van Sardinië met Santa Teresa Gallura, Capo Testa en het eiland La Maddalena.
9 min lezen