Denemarken stond niet bovenaan mijn lijst, en juist daarom viel het me mee. Ik deed een citytrip naar Kopenhagen in de herfst, en de stad bleek een stuk leuker dan ik van tevoren had gedacht: kleurrijk, netjes en overal die typisch Deense sfeer waar ze zelf hygge tegen zeggen. Dit is mijn eerlijke beeld van het land: wat mooi was, wat duur is en wat je moet weten voor je gaat.
Waarom Denemarken bijzonder is
Wat me het meest opviel is hoe aangenaam en overzichtelijk het is. Kopenhagen is een hoofdstad, maar het voelt kalm, schoon en fietsvriendelijk, en je bent zo weer aan het water. De grachten met hun rijtjes kleurrijke huizen, de oude boten en de terrasjes maken dat je vanzelf blijft slenteren. Zeker Nyhavn is een van die plekken die je van foto’s kent en die in het echt gewoon klopt.
En dan heb je de rest van het land nog niet eens gezien. Denemarken is meer dan Kopenhagen: de kust met zijn stranden en duinen, de kalme eilanden en oude vissersdorpen, en de sfeer van fietsen, kaarslicht en gezelligheid die ze hier tot kunst hebben verheven. Dat deel ken ik zelf nog niet, maar ik snap goed waarom mensen er zo lyrisch over zijn.
De mooiste plekken in Denemarken
Ik ben zelf in Kopenhagen geweest, dus daar kan ik het meest eerlijk over zijn. De rest van het land ken ik van de verhalen en de plaatjes, en die spreken voor zich.
Kopenhagen
De hoofdstad is een prima startpunt en wat mij betreft een van de leukste steden van Scandinavië. Loop langs de kleurrijke gracht van Nyhavn, ga kijken bij het kleine zeemeerminnetje aan het water, bewonder de enorme koepel van de Marmorkirken en breng een bezoek aan het sprookjesachtige Rosenborg-kasteel, waar de Deense kroonjuwelen liggen. Vanaf een van de torens heb je een mooi uitzicht over de rode daken van de stad. Meer daarover lees je in mijn aparte verhaal over Kopenhagen.
De kust en de eilanden
Buiten de stad ligt het rustigere Denemarken: lange stranden, duinen, kalme eilanden en oude vissersdorpjes. Dit is het land waar de Denen zelf hun zomer doorbrengen, met een zomerhuisje aan zee en de fiets als vervoermiddel. Het staat bekend als een van de fijnste manieren om het echte Deense buitenleven te zien.
Verder het land in
Denemarken heeft meer steden dan alleen Kopenhagen, zoals het gezellige Aarhus en het Odense van sprookjesschrijver Hans Christian Andersen. Voor wie langer blijft is er genoeg om een echte rondreis van te maken, met korte afstanden en goede treinen.
Praktisch: reizen door Denemarken
In Kopenhagen kom je makkelijk overal met de metro, bus en trein, en het centrum is prima te belopen of te befietsen. Denemarken is een echt fietsland, dus een huurfiets is een fijne en goedkope manier om je te verplaatsen. Voor grotere afstanden pak je de trein, die comfortabel en op tijd is.
Betalen gaat overal met de pinpas of telefoon, tot aan de kleinste kraampjes toe, dus contant geld heb je bijna niet nodig. Houd er wel rekening mee dat ze de Deense kroon gebruiken en niet de euro, en dat vrijwel alles duurder is dan thuis.
Wanneer ga je het beste naar Denemarken
Mei tot september is de fijnste tijd. Dan zijn de dagen lang, is het zacht en leeft Kopenhagen buiten, op de terrasjes en in de parken. Juli en augustus zijn het drukst en het warmst. Zelf was ik er in oktober: al grijs en fris, maar nog goed te doen voor een stedentrip. In de winter is het kort dag en guur, al heeft de kerstsfeer met alle lichtjes ook wel wat.
Mijn eerlijke oordeel over Denemarken
Kopenhagen zal misschien niet als eerste in je opkomen als je aan een stedentrip denkt, maar ik heb het er echt leuk gehad. De grachten, de kleurrijke huizen en de ontspannen sfeer maken het de moeite waard, ook al is het prijzig. Voor een eerste keer zou ik een lang weekend Kopenhagen doen, eventueel gecombineerd met Malmö aan de overkant. Hieronder deel ik mijn verhaal over Kopenhagen.